Cider 

Cider is een alcoholische drank die ontstaat door de vergisting van appels. Overal ter wereld wordt cider gedronken en geproduceerd. Er is droge en zoete cider, verfijnd en toegankelijk in smaak. De appelsoorten die gebruikt worden voor cider zijn niet te vergelijken met de appels die wij eten. De appels waar cider van gemaakt wordt zijn klein en hard en onder te verdelen in vier categorieën: zoet, bitter-zoet, bitter en zuur. Cider is in de meeste gevallen een mix van verschillende appeltypen en soorten. 

Poiré is cider, gemaakt van peren. Deze peren zijn net als de ciderappels niet geschikt om gewoon te eten en zijn overwegend zuur. Dat maakt Poiré een frisse drank met een fruitig karakter.

De geplukte appels en peren worden tijdelijk opgeslagen zodat ze volledig kunnen rijpen en de smaken kunnen concentreren. Daarna worden ze gewassen en handmatig geïnspecteerd. Alleen de goede appels worden fijngemalen. Voor het persen van de appelpulp wordt deze een aantal uur blootgesteld aan de frisse lucht. Hierdoor komen de smaken beter vrij en het geeft ook meer kleur aan de uiteindelijke cider. Uit een ton appels wordt ongeveer 650 liter sap geperst wat vervolgens opgeslagen wordt in grote vaten.

De vaste deeltjes van de gemalen appels bezinken na verloop van tijd en zo ontstaat er een heldere sap. Vervolgens wordt het overgeheveld in een groot luchtdicht vat. Tegenwoordig wordt er naast het bekende eikenhouten vat, ook vaten van rvs of fiberglass gebruikt. Deze natuurlijke fermentatie duurt, afhankelijk van het gewenste resultaat, enkele maanden bij een lage constante temperatuur. Tijdens de fermentatie worden de suikers omgezet in alcohol, een langere gisting levert dus een drogere cider met een hoger alcoholpercentage op. Het product cider is nu ontstaan. Als de producent tevreden is met het resultaat vult hij de flessen. In de fles zorgt de tweede gisting voor de heerlijke bubbels, dit proces duurt minimaal 6 weken.

Bron: www.cidercider.nl.